Mario Molegraaf belicht in deze rubriek recent verschenen bundels van Nederlandse en Vlaamse dichters. Deze keer schrijft hij over Postkamer van Ingmar Heytze:
Ongetwijfeld is Ingmar Heytze (1970) de sympathiekste dichter van het land. Alles lijkt lief, aangenaam en vooral zacht aan zijn poëzie, ook weer aan de nieuwe bundel Postkamer. Hij schrijft ogenschijnlijk brave brieven aan de poëzie, aan z’n vroegste gedichten, aan de regen. Of laat op het eerste gezicht even geruststellende brieven schrijven door ‘al je problemen’. Die problemen laten een zekere A. weten: ‘Je zult het voortaan zonder ons moeten doen’. Alsof je een maaltijd krijgt met louter moussetjes, zalfjes, pureetjes. Poëzie waarin je hapt zonder te hoeven bijten. Zelfs nare herinneringen kunnen worden rechtgezet, volgens ‘Brief aan de VAR’, een uitgebreide versie van de veelbesproken videoscheidsrechter. De pestkoppen van vroeger krijgen achteraf een vingertik met ‘twee gele kaarten’ en over de botte zwembadjuf heet het: ‘schorsen dat viswijf, alsnog’.
Je schrikt in deze vriendelijke omgeving bijna van zulke woorden. Voor alle zekerheid keert Ingmar Heytze zich in ‘Brief aan de verbouwing’ tegen lawaai. Tegen burengerucht en tegen dichters ‘die meer herrie in de letteren wilden’. Maar hé, wat knarst daar tussen de tanden? De dichter die spot met de roep om straatrumoer, blijkt meer dan de gemiddelde dichter bekend met de straat. Hij schrijft grappig en herkenbaar over verbouwende Slowaken: ‘Hun gedeukte busje staat waar onze auto hoort./ Die mokt nu naast de boom onder een laag/ van kraaienstront’.
Een ‘Brief over de buitenwijk’ kabbelt voort tot iemand aanbelt van de buurtvereniging: ‘Eindelijk! Komt u binnen!/ Dit is het moment waarvoor we/ onze kelder hebben gecapitonneerd!’ Wat heeft dat te betekenen? Ineens is er dreiging: zo’n geheel geluiddichte kelder kan een gruwelijke kerker zijn. Dit is geen krokant laagje meer op ons pureetje, maar een kogel in de mousse. Als je goed genoeg proeft van Heytzes zalfjes, wijkt de zalvende toon. Hij schrijft over het leven en de bijbehorende dood. De dood van zijn ouders bijvoorbeeld die hem voor zijn gevoel volgen: ‘ze behoeden me voor vliegen en vallen’. Onzin, weet hij, ‘maar de mooiste onzin troost’. Zo blijft hij, wat geharder en wijzer, toch de toegankelijkste, toeschietelijkste dichter van Nederland.
Mario Molegraaf
Postkamer, Van Oorschot, paperback, 80 pag., € 22,99
ISBN: 9789028243170