In de Amsterdamse Posthoornkerk vindt op donderdagavond 11 juni aanstaande de boekpresentatie plaats van Dubbelleven, de biografie van de radicale denker Geertruida Kapteyn-Muysken door Maite Karssenberg. Het wordt een avond met performance, poëzie en gesprekken, met … Verder lezen Presentatie ‘Dubbelleven’, de biografie van Geertruida Kapteyn-Muysken door Maite Karssenberg
Bij de Walburg Pers verschijnt deze week Het land van de kersenbloesems. Verhalen van Dé-Lilah over Japan in 1900, samengesteld door Rick Honings en Olf Praamstra. De Indische schrijfster Dé-Lilah (pseudoniem van Lucy van Renesse-Johnston) trad … Verder lezen Het land van de kersenbloesems: verhalen van Dé-Lilah over Japan in 1900
Van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde heb ik een fellowship toegekend gekregen. Dit maakt het voor mij mogelijk weer een stap te zetten in mijn promotieonderzoek naar het leven en werk van uitgeefster, dichteres en schrijfster Mea Mees-Verwey (1892-1978). Met deze toekenning heb ik me gericht op de relatie tussen Mea Verwey en Johan Huizinga (1872-1945), hoogleraar aan de Universiteit Leiden en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Tijdens het grasduinen in het archief van Verwey, stuitte ik op een brief, één van de vele, aan haar vader waarmee een link werd gelegd met het archief van Huizinga. Dankzij het fellowship kan ik dit verder onderzoeken.
In die brief aan haar vader, dichter en criticus Albert Verwey (1865-1937) vraagt ze hem of hij haar promotor wil worden. Hij is op dat moment hoogleraar Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Leiden, zij is bezig met een promotieonderzoek aan dezelfde universiteit. Het onderwerp van haar promotie betreft de (omstreden) Taal- en Letterkundige Johannes van Vloten (1818-1883), haar grootvader. Aanvankelijk is hoogleraar Johan Huizinga haar begeleider, maar hij zegt gaandeweg het traject zijn medewerking op. Ik werd nieuwsgierig naar de achterliggende reden hiervan. In mijn vooronderzoek naar deze kwestie was ik er achter gekomen dat Huizinga bezwaren had tegen de toekenning van het hoogleraarschap van Albert Verwey: hij was geen liefhebber van de Tachtigers, de dichtersgroep die mede door Albert Verwey was opgericht, en Verwey was niet academisch opgeleid. Daarnaast wilde hij veel liever zijn goede vriend André Jolles als collega hebben. Dit maakt het extra interessant dat Mea Verwey uitgerekend haar vader vraagt als opvolger, mede omdat het onderzoek dus zijn schoonvader betrof.......