Mario Molegraaf belicht in deze rubriek recent verschenen bundels van Nederlandse en Vlaamse dichters. Deze keer schrijft hij over Wie zijn we morgen van Babs Gons: Kom er maar in, lezer, lijkt Babs Gons ons in ieder … Verder lezen Poëzie van nu 158: ‘Wie zijn we morgen’ van Babs Gons
Bij Kok Boekencentrum is de biografie Hendrikus Berkhof. Theoloog onderweg van Karel Blei verschenen. In deze biografie beschrijft theoloog Karel Blei het fascinerende levensverhaal van deze creatieve en invloedrijke theoloog uit de twintigste eeuw. Hendrikus Berkhof … Verder lezen ‘Theoloog onderweg’, de biografie van Hendrikus Berkhof
Iedere letterenliefhebber droomt ervan: op een stoffige zolder een doos, koffer of kist openmaken, vergeelde papieren aantreffen die zijn volgeschreven met gedichten of proza, beginnen te lezen en tot de conclusie komen: dit is indrukwekkende literatuur. Hoe bestaat het dat deze teksten nooit in de openbaarheid zijn gekomen?
Marita Keilson-Lauritz (1935), een literatuurhistorica met een Duitse achtergrond die sinds midden jaren zestig in Nederland woont en met wie ik bevriend ben, deed zo’n vondst. Toen ze na de dood van haar man, de joodse psychiater, schrijver en dichter Hans Keilson (1909-2011), zijn papieren aan het ordenen was, trof ze een pakketje Duitse sonnetten aan, 46 stuks, uitgetypt op velletjes dundrukpapier, met als overkoepelend thema ‘liefde en gruwel’, ‘Liebe und Grauen’. Ze dacht eerst dat het vertaalde teksten waren, maar al gauw werd duidelijk dat het ging om de sonnetten waar haar man af en toe naar verwees in zijn Dagboek 1944.
De gedichten waren destijds bestemd voor een geliefde, Hanna Sanders, joods, net als hij, en ook net als hij ondergedoken in Delft. De teksten waren de neerslag van wat er in 1944 was gebeurd tussen twee mensen die hun leven bedreigd zagen. Hanna had het moeilijk in de onderduik en Hans ging naar haar onderduikadres, waar hij een luisterend oor voor haar wilde zijn. Er gebeurde meer: er sprong een vonk over en een grote nieuwe liefde was een feit.
Het oorlogsdagboek was gepubliceerd en het lag in de bedoeling dat ook de sonnetten zouden uitkomen, liefst in een tweetalige Duits-Nederlandse editie. Marita Keilson vroeg mij als vertaler en ik zei ja.......