Mario Molegraaf belicht in deze rubriek recent verschenen bundels van Nederlandse en Vlaamse dichters. Deze keer schrijft hij over Chameleon van Zaïre Krieger: Vijf jaar geleden zou Lucas Rijneveld het gedicht ‘The Hill We Climb’ van Amanda … Verder lezen Poëzie van nu 153: ‘Chameleon’ van Zaïre Krieger
Alvast voor in de agenda: op vrijdag 2 oktober organiseert de KB, nationale bibliotheek in Den Haag, een symposium over de Veerse rederijkers. Deze zomer publiceert de DBNL een digitale versie van zeven handgeschreven boeken met rederijkersverzen … Verder lezen Symposium Veerse rederijkers
De camera zoomt in onder de klep van de vleugel door, zodat het lijkt of je als toeschouwer boven de snaren naar hem toe zweeft en over twee, drie, vier seconden zijn hoofd kunt aanraken. Bij een nieuw shot, deze keer van opzij, zie je hoe een zweetdruppel zich losmaakt uit de korte haren bij zijn rechteroor. Hij schudt zijn krullen.
Het zijn YouTube-beelden van meesterpianist Jan Lisiecki, 31 jaar, Canadees, met Poolse ouders. Het is een jaar of acht geleden dat ik hem voor het eerst zag optreden, in de Laeiszhalle in Hamburg. Een goede vriendin van Duitse komaf nodigde mij uit voor dat concert. De zaal was behoorlijk vol. Twee plaatsen naast elkaar waren niet meer te krijgen, daarom zaten mijn vriendin en ik noodgedwongen achter elkaar. De muziek was dromerig, koesterend, poëtisch. Mozart, Chopin, Kreisler.
Na afloop, in de foyer, signeerde Lisiecki zijn cd’s. Ik kocht er twee en wisselde een paar woorden met hem – het was vooral een kleine oefening in de uitspraak van zijn naam – terwijl mijn vriendin met mijn telefoon in de aanslag stond om foto’s te maken. Lisiecki zag het. Opeens sloeg hij zijn rechterarm om mijn middel, en dat was geen slap armpje. Hij had me stevig in zijn greep. Al durfde ik bij hem niet hetzelfde te doen, ik vond dat mijn avond nauwelijks geslaagder had kunnen eindigen. Op de foto staan we als vrienden zij aan zij, dicht tegen elkaar aan.......